Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Kruimelpad

  1. Homepage 
  2. Onderwerpen 
  3. Departementale projecten 
  4. Ministerie van LNV

Inhoud pagina: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De veranderopgave voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is meer dan alleen een krimpoperatie. LNV wil zijn beleidsinzet beter laten aansluiten op en zichtbaar maken voor de samenleving. En dat zonder de aansluiting op de specifieke doelgroepen en sectoren te verliezen. Tegelijk moet LNV fors inkrimpen om de taakstelling van € 52 miljoen en 1,090 fte bij LNV en 98 fte bij ZBO's in te vullen.

Beter

Beter wordt voornamelijk gerealiseerd door in te zetten op beleidsprioriteiten en door anders te werken. Anders werken ziet LNV als de sleutel om aan de tegenstrijdige doelstellingen te voldoen: slanker, slimmer en effectiever. Enerzijds maximaal aansluiten op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van de samenleving en snijden in dubbel werk, ambtelijke drukte, controletorens en onnodige detaillering (overlaten) en anderzijds investeren in de prioriteiten van de samenleving (doen). Naast anders werken is mobiliteit essentieel in de uitvoering.
LNV is de afgelopen jaren al een stukje bij beetje veranderd in een slagvaardige organisatie. LNV is opener en transparanter gaan werken, gaat meer naar buiten en luistert beter. LNV maakt geen beleid voor, maar met de doelgroepen. Beleid dat beter toegesneden is op de praktijk. Maar daarmee is LNV niet 'af'. Immers de maatschappelijke omstandigheden en eisen en verwachtingen blijven veranderen. LNV zal dus: het beleid richten op wat de samenleving op dit moment vraagt en daarover dus continu met de samenleving in gesprek zijn en de inrichting en uitvoering van het beleid maximaal laten aansluiten op de eigen verantwoordelijkheid en de zelfredzaamheid van de samenleving.
In 2011 zal dit zowel in het beleid als in de werkwijze en inrichting van LNV merkbaar zijn. In het beleid zullen bijvoorbeeld voedsel en de consument veel meer op de voorgrond treden en zal de dialoog op belangrijke beleidsterreinen meer centraal komen te staan. De uitvoering zal een eenvoudiger worden vormgegeven. En bij de inspecties zal de nadruk verschuiven naar tweedelijns toezicht.

Kleiner

In de periode 2008-2009 ligt de nadruk op het investeren: in mensen, mobiliteit en ICT – met behulp van de middelen voor flankerend beleid – en waar nodig in processen en structuren. Ook zal veel aandacht worden besteed aan het introduceren van 'anders werken', waar mogelijk in samenhang met de beoogde beleidsintensiveringen. Met deze investering wordt de basis gelegd voor de krimpoperatie in de volgende fase.
In de periode 2010-2011 ligt de nadruk op het oogsten, het daadwerkelijk inboeken van de winst. Daarbij gaat het tegelijkertijd om beter én minder. De krimpopgave wordt gerealiseerd volgens het rijksbrede ritme, te weten 2008: 12,5 procent, 2009: 25 procent en 2011: 100 procent.
Waar het mogelijk en verstandig is - in het kader van het sociaal flankerend beleid 'van werk naar werk' -  worden krimpopgaven op onderdelen versneld gerealiseerd. Zo wordt gerichte doorstroom van medewerkers mogelijk, ook in 2008-2009.