Afscheidscolumn Roel Bekker: terug- en vooruitblikken op de Vernieuwing Rijksdienst

Kruimelpad

  1. Homepage 
  2. Actueel 
  3. Nieuwsberichten 
  4. Afscheidscolumn Roel ...

Inhoud pagina: Afscheidscolumn Roel Bekker: terug- en vooruitblikken op de Vernieuwing Rijksdienst

In april 2007 ben ik begonnen als SG Vernieuwing Rijksdienst. Een bijzondere functie, wel SG maar in plaats van de verantwoordelijkheid voor een departement de verantwoordelijkheid voor een ambitieus programma om de overheid te verkleinen en te verbeteren: Vernieuwing Rijksdienst (VRD). Vanaf het begin heb ik gezegd dat ik het maximaal drie jaar wilde doen. Na drie jaar moet het programma op eigen kracht verder kunnen.

Bovendien: het gevaar van zo’n functie is altijd dat men gaat denken dat die SG het allemaal wel doet. Mijn filosofie was juist een omgekeerde: de rijksambtenaren moeten het zelf doen, ik help ze op gang en houd een beetje orde, maar dat is het. Omdat ik nogal gesteld ben op het uitvoeren van gemaakte plannen (niet de sterkste kant van de overheid, by the way), ben ik dus op 1 mei 2010 gestopt. Eind juni neem ik officieel afscheid. Maar ik kan niet nalaten om in deze laatste column alvast een voorschot daar op te nemen.

Ik schreef al: gemaakte plannen moet je uitvoeren. Het Programma VRD is een ambitieus plan: 12.800 functies minder en een grote serie verbeteringen in zowel de beleidshoek en de uitvoering als de bedrijfsvoering. En bovendien nog een fors deel administratieve lastenreductie, en een aanzet voor een visie op de toekomst. Wat is daarvan tot dusver terecht gekomen? Anders dan menig journalist wil doen geloven, liggen we op schema. Binnenkort gaan weer twee voortgangsrapportages naar de Tweede Kamer waar dat uit blijkt. We zijn afgeslankt volgens het door het kabinet vastgestelde plan, en dat vind ik een mooi resultaat. Het is zaak dat in 2010 en 2011 vol te houden, maar dat moet lukken. Ik lees wel eens in de krant dat het niet veel zou voorstellen en dat er ook weer ambtenaren bij komen. Dat laatste klopt, maar allemaal alleen als het kabinet daar expliciet toe heeft besloten en er ook expliciet geld voor is vrijgemaakt. De bezuinigingen die we moesten realiseren zijn van te voren ingeboekt en hebben we dus gerealiseerd. Dat de politiek later besluit om weer geld uit te trekken voor nieuwe ambtenaren, is niet onze ambtelijke verantwoordelijkheid. Ik lees ook wel eens dat we weliswaar minder ambtenaren hebben, maar meer externen. Ook flauwe kul. Ik benadruk dus nog maar eens: we hebben tot dusver het afslankingsplan uitgevoerd, liggen zelfs iets voor op het schema, en daarmee hebben we de geplande besparingen gerealiseerd.

Interessanter is natuurlijk de vraag of de overheid ook beter is geworden. Ik heb heel veel werkbezoeken afgelegd aan allerlei onderdelen van het rijk, verspreid over het hele land: inspecties, gedeconcentreerde rijksdiensten, agentschappen, ZBO’s, ja zelfs ook de krijgsmacht en de politie. Het rijk bestaat uit een zeer bonte verzameling eenheden! Ik ben onder de indruk van de innovaties die men daar doorvoert. Die innovaties komen niet uit Den Haag of van mij, maar bedenkt men veelal zelf. Op veel plaatsen wordt beter gewerkt dan vroeger en men heeft er ook lol in om dat te doen, dat straalt er van af. Je ziet het ook aan de tevredenheidonderzoeken die het rijk een heel goed cijfer geven. En aan de vermindering van het aantal klachten, zoals de Ombudsman in zijn laatste jaarverslag heeft aangegeven: in 2009 een daling van het aantal klachten met meer dan 6%. Het minste tevreden ben ik eigenlijk over de verbeteringen in het Haagse beleidsdomein. Maar ook daar zijn positieve ontwikkelingen. Prof. Korsten bijvoorbeeld heeft in een mooie studie aangetoond dat we inderdaad bezig zijn voorbij de verkokering te raken. Maar in het Haagse beleidsdomein zie je tevens dat met name het politieke systeem nog wel een slag mag maken. Ik denk dat veel van de onvrede over Den Haag voortkomt uit de mediagerichtheid, het korte termijn denken en de verkokering van het politieke systeem. Met soms ook inconsistentie, zoals bleek uit bijvoorbeeld de kameropvattingen over het toezicht: 25 % reductie in motie 1, maar groei van behoorlijk wat inspecties in moties 2, 3 en volgende.

Hoe gaat het nu verder? Het Programma VRD loopt. Daar wordt hard aan gewerkt en als men de plannen uitvoert, komt dat wel goed. Dat hebben we als ambtelijke dienst dan m.i. prima gedaan. In de loop van 2010 komt er een nieuw kabinet, en wat de samenstelling ook wordt: aan forse bezuinigingen valt niet te ontkomen. Die bezuinigingen zullen grote gevolgen hebben voor het ambtelijke apparaat: als je minder te besteden hebt, heb je ook minder ambtenaren nodig. Ik vind dat ook de juiste volgorde, beter dan wat je in de verkiezingstrijd wel eens hoort, namelijk dat er veel minder ambtenaren moeten zijn zònder dat men aangeeft wat er dan minder gedaan moet worden. Er kan altijd wel efficiënter worden gewerkt, maar je kunt niet grote besparingen op je ambtelijk apparaat doorvoeren als je niet snijdt in de taken en niet besluit om bepaald beleid stop te zetten. Als je bijvoorbeeld ophoudt met veel van die kleine subsidies waar het bij de overheid van wemelt, dan heb je aanzienlijk minder ambtenaren nodig. Maar blijf je daarmee doorgaan, dan kost dat veel mankracht. Ik hoop dat dat besef doorbreekt.

Wat ik ook hoop is dat allerlei onzalige plannen om op grote schaal ministeries te gaan fuseren in een wat verstandiger vaarwater terecht zullen komen. Sowieso moet je voorzichtig zijn met fusies, zoals de ervaring leert. Bij ziekenhuizen en scholen willen we er niet meer van horen maar het fuseren van ministeries blijkt ineens populair. Het zou ook een gigantische organisatorische ingreep betekenen waardoor op de rijksdienst het bordje “Wegens reorganisatie tijdelijk gesloten” komt te hangen op een moment dat juist die rijksdienst grote beleidsingrepen moet realiseren. Bovendien: geen enkel OESO-land heeft minder dan 12, 13 ministers. Uitstekend bestuurde landen als Zweden, Denemarken, Canada en Australië hebben er veel meer. Belangrijke reden binnen de EU is dat de vakministers elkaar zeer intensief ontmoeten. Voor een internationaal c.q. op Europa gericht land als Nederland moet je daar op ministersniveau bij zijn. Vanzelfsprekend zou het wel verstandig en ook goed mogelijk zijn te komen tot een paar logische herindelingen, niets tegen, alles voor. Maar dat vind ik iets geheel anders.

Het moest me even van het hart. Maar ik ga er niet meer over. Wel blijf ik het natuurlijk met belangstelling volgen. Ik ben nu bijzonder adviseur bij de ABD, inzetbaar voor van alles en nog wat. En ik blijf hoogleraar Arbeidsverhoudingen. Dus de rijksdienst is nog niet van mij af! Maar ook dan blijft voor mij voorop staan: het hebben van een goede, sterke ambtelijke dienst is essentieel voor het goed functioneren van ons land. En is - en blijft, daar ben ik ondanks alle verkiezingsprogramma’s van overtuigd - bovendien een fantastische plek om te werken.

Adieu, het ga u goed!

 

Roel Bekker