Kruimelpad
- Homepage
- Actueel
- Interviews
- Interview Jacqueline ...
Inhoud pagina: Jacqueline Conemans, projectleider Relatie Beleid en Uitvoering (juli 2010)
‘Nooit klaar met het verbeteren van de relatie tussen beleid en uitvoering’
In 2011 is 90 procent van het topmanagement tevreden over de samenwerkingsrelatie tussen beleidsdirecties en uitvoeringsorganisaties.’ Dat is de pittige ambitie van het project Relatie Beleid en Uitvoering, onderdeel van het Programma Vernieuwing Rijksdienst. Pittig, omdat de relatie tussen ‘beleid’ en ‘uitvoering’ in de praktijk nog steeds flinke tekortkomingen laat zien; ondanks pogingen tot verbetering. Jacqueline Conemans, projectleider Relatie Beleid en Uitvoering heeft dan ook niet stilgezeten: de afgelopen maanden heeft een reeks activiteiten plaatsgevonden om contact en samenwerking tussen beleid en uitvoering te verbeteren. Een gesprek.
Wat is de stand van zaken van het project Relatie Beleid en Uitvoering?
‘De afgelopen maanden hebben we verschillende activiteiten in gang gezet, waarmee we proberen gunstige voorwaarden te scheppen om de relatie tussen beleid en uitvoering te verbeteren. Zo reikt ons visiedocument “Zicht op een betere relatie tussen beleid en uitvoering”, departementen, uitvoeringsorganisaties en de inspecties handvaten aan voor verbetering van de onderlinge relatie. Een tweede activiteit die we hebben uitgevoerd is een nulmeting naar de tevredenheid van beleid ten aanzien van de uitvoering en toezicht en vice versa. Verder hebben we Thomas Schillemans van de Universiteit Utrecht gevraagd om, in interactie met professionals in beleid en uitvoering, een beschouwing te schrijven over de vraag welke mogelijkheden de wetenschap biedt om wantrouwen tussen beleid en uitvoering te verminderen en samenwerking te versterken. Een andere activiteit betreft de oprichting van een platform, speciaal voor baten lastendiensten. Doel hiervan is het uitwisselen van kennis en ervaring om uiteindelijk de dienstverlening te verbeteren. Eén van de belangrijkste activiteiten is toch wel het visitatietraject, waarbij secretarissen-generaal elkaar visiteren aan de hand van een casus over de relatie tussen beleid en uitvoering. Alle departementen met uitzondering van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken doen mee aan dit traject.’
Waarom is het visitatietraject zo belangrijk?
‘Binnen dit traject stellen we departementen in staat om bij elkaar “in de keuken te kijken” en zo van en met elkaar te leren. Dit is nooit eerder gebeurd en daarom ook zo vernieuwend. Hopelijk dragen de visitaties bij aan het versterken van het lerende vermogen van departementen in het algemeen. De visitaties brengen ieder geval veel enthousiasme en energie teweeg bij zowel de visitatiecommissies – steeds onder leiding van een andere secretaris-generaal - als de gevisiteerden, Tijdens een werkconferentie die we komend najaar willen organiseren, zullen we de resultaten van al onze activiteiten tot dan toe presenteren en hopen we zicht te krijgen op een agenda voor de toekomst.’
Alle activiteiten moeten uiteindelijk de relatie beleid en uitvoering verbeteren. Hoe wordt op het moment tegen die relatie aangekeken?
‘Uit de nulmeting komt een gemêleerd beeld naar voren. Een belangrijke conclusie van deze meting is, dat de beleidsdepartementen nadrukkelijk positiever zijn over de relatie dan de uitvoeringsorganisaties en vooral de inspecties. De uitvoering laat zich vooral negatief uit over gebrek aan betrokkenheid bij de beleidsvorming en bij de keuze van beleidsinstrumenten door het beleidsdepartement. Een ander opvallend punt is dat de uitvoering en inspecties vinden dat de departementen meer gebruik zouden kunnen maken van hun kennis en er meer naar kunnen streven om kennis over de uitvoering en toezicht op te bouwen en te behouden.’
Hebben de verschillende activiteiten al geleid tot resultaat?
‘Het is te vroeg om daarover nu een uitspraak te doen. We hebben de resultaten van de nulmeting als ijkpunt. Herhaling van de tevredenheidsmeting in 2011 is spannend, omdat dat de eerste graadmeter is die verbetering kan laten zien. Dan pas kunnen we zeggen of onze acties daadwerkelijk iets hebben opgeleverd. Een tevredenheidsmeting is weliswaar een momentopname, maar aan de andere kant komt een gevoel van tevredenheid wel voort uit een periode van opgebouwd vertrouwen. Belangrijk is dat je je realiseert dat je nooit klaar bent met het verbeteren van de relatie tussen beleid en uitvoering; in relaties moet je blijvend investeren.’
Zie wetenschappelijke beschouwing
van Thomas Schillemans over verbetering relatie beleid en uitvoering
